Hoe Amerika de democratie in de wereld verspreidt

Door Wietse Ratsma.
(29-08-2004)
http://www.DeWaarheid.nu

In de laatste vier jaren heeft de regering van de Verenigde Staten (VS) een buitenlands beleid gevoerd dat gebaseerd is op het principe 'Macht is Recht'. Eerder afgesloten internationale overeenkomsten en verdragen die regels vastlegden voor het internationale gedrag van landen, en die fungeerden als veiligheidsmaatregelen voor het vreedzaam oplossen van conflicten, zijn door de Bush administratie op de vuilnishoop gegooid en zij gedragen zich alsof de VS buiten de internationale wetten staan. Ze kwamen tevoorschijn met een lange lijst van zogenaamde schurkenstaten en verklaarden dat die allemaal een bedreiging voor de veiligheid van de VS vormden, waarna zij zichzelf het recht gaven om 'preventieve aanvallen' te ondernemen tegen al deze landen. Tegelijkertijd beweren zij te werken voor de uitbreiding van het aantal democratische regeringen in de wereld.

Hoewel men kan argumenteren dat de regeringsvorm van andere landen geen zaak is voor inmenging door de VS, zulke zaken worden doorgaans door hen gepresenteerd als zouden deze landen een directe bedreiging vormen voor de veiligheid van de VS zelf. Op deze manier verschaffen zij een soort van rechtvaardiging voor hun agressiviteit in de zaken van andere landen. En hoewel het moeilijk is te geloven dat kleine landen zoals Cuba, Iran, Irak, Venezuela of Noord-Korea een realistische bedreiging zouden kunnen vormen ten opzichte van de machtige Verenigde Staten, toch lijkt de meerderheid van Amerikanen deze acties van hun regering zonder meer te accepteren, zolang als het hun persoonlijk dagelijks leven niet te veel beÔnvloedt.

Het uitbreiden van de democratie in de wereld mag weliswaar gezien worden als een waardig doel, maar helaas fungeert dit slechts als een dekmantel voor het echte objectief van Amerika's agressiviteit. De VS is altijd al een agressief land geweest (het heeft meer oorlogen gevoerd dan het jaren bestaat), maar in de laatste vier jaren hebben we een belangrijke verandering kunnen zien in hun positie met betrekking tot buitenlandse interventie. Internationale wetten en regels die voornamelijk na de Tweede Wereldoorlog geadopteerd zijn om het internationale gedrag van landen te regelen en oorlogen te voorkomen zijn daarin voor de laatste 50 plus jaren geslaagd.

Echter, na de Amerikaanse verkiezing van het jaar 2000 besloten de kopstukken in de nieuwe Bush administratie, nu de Sovjet Unie er niet meer was, hun slag te slaan als de enige supermacht in de wereld en de bestaande internationale overeenkomsten en conventies te annuleren en een beleid van 'Macht is Recht' te implementeren. Hiermee gebruikten zij hun economische en militaire superioriteit om hun wil op te leggen aan de rest van de wereld door het invoeren van het beleid zoals zij dat eerder gedocumenteerd hadden in het rapport 'The Project of the New American Century' (PNAC), een document dat Amerika projecteert in de 21e eeuw als het nieuwe Duizendjarige Rijk, hetzelfde idee waar Adolf Hitler in zijn tijd van droomde.

De laatste vier jaren hebben echter aangetoond dat dit beleid een kolossale mislukking is geworden. De rechtvaardiging voor dit beleid kwam voort uit de aanslagen van 11 september, 2001, en werd daarna aan het Amerikaanse volk en de wereld gepresenteerd als de 'Oorlog tegen het Terrorisme'. De enormiteit van de 11 september gebeurtenissen waren in grote delen van de wereld reden voor veel sympathie met Amerika, maar later kwamen veel vragen naar boven met betrekking tot mogelijke medeplichtigheid van de VS regering en hun falen deze aanval te voorkomen, ondanks vele waarschuwingen, vragen die nog steeds actueel zijn. Waarschuwingen over een snel komende aanval waren gezonden door de Geheime Diensten uit onder meer Duitsland, Rusland en IsraŽl, maar ze werden allemaal genegeerd. En de continue weerstand van de regering tegen iedere poging tot onderzoek naar de oorzaken van deze aanval leidde alleen maar tot groter wantrouwen.

Desondanks werd Amerika's antwoord op de gebeurtenissen van 11 september - de aanval op het Taliban regime in Afghanistan vanwege hun onwil iets te doen tegen Osama bin Laden en El Qaida - grotendeels begroet met internationaal begrip en goedkeuring. Maar hoewel het Taliban regime uit de macht verjaagd werd, hebben zij, bin Laden en El Qaida, het allemaal overleefd. Het Afghanistan van heden is een allesbehalve vredig land en democratie blijft nog steeds een droom. Alleen de hoofdstad Kaboel is redelijk veilig, maar zouden Amerikaanse en andere internationale troepen zich uit het land terugtrekken dan zouden de warlords zich ongetwijfeld snel herstellen en de Taliban mogelijk weer aan de macht komen. Dit kan nauwelijks het succes genoemd worden dat Bush & Co. verwacht hadden, alhoewel sceptici zullen argumenteren dat de VS nooit van plan waren Afghanistan te verlaten vanwege hun belangen in een oliepijplijn in de regio en hun onverzadigbare nood voor energie. Een militaire aanwezigheid van de VS over de lange duur was dus altijd al een mogelijkheid terwijl terroristen en anderen hun strijd tegen de bezetters voortzetten en democratie nog lang op zich zal laat wachten.

De hierop volgende invasie van Irak heeft een nog groter fiasco opgeleverd. De presentatie van Colin Powell aan de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties bestond uit pure fabricatie, en al de 'overtuigende informatie' die hij produceerde en dat aan moest tonen dat Irak een serieuze bedreiging voor Amerika en de wereld was, is allang bewezen totaal vals te zijn. De tegenstanders in de VN, die zijn argumenten niet accepteerden, veroorzaakten een serieuze breuk in de Atlantische Alliantie, met als resultaat dat Bush de VN irrelevant verklaarde en zijn eigen weg ging, met alleen de hulp van Engeland's Tony Blair en een handjevol politieke leiders uit andere landen die de opinie van de meerderheid van hun bevolking aan hun laars lapten. De voorspellingen voor een snelle overwinning, begeleid door massaal support van de Iraakse bevolking zaten er echter volkomen naast, zoals men nu, 18 maanden later, wel kan zien in de dagelijkse gevechten tussen Irakezen en de buitenlandse overheersers van hun land. Net als eerder in Vietnam kan Amerika deze strijd tegen een vastberaden volk die in hun eigen land vechten tegen een buitenlandse agressor die hen dood en destructie gebracht heeft en condities die slechter zijn dan wat zij gewend waren onder hun eerdere heerser Saddam Hoessein, niet winnen. Dit is geen oorlog tegen het terrorisme of voor democratie, maar een oorlog om Irak's olie veilig te stellen voor Amerika, om een militaire aanwezigheid in de regio te verzekeren, voor support van IsraŽl en het verder bedreigen van andere landen in de regio zoals SyriŽ en Iran. Het is wel zeker dat, als de Iraakse weerstand zwak was geweest, Amerikaanse troepen nu in het volgende land van de 'as van het kwaad' zouden vechten, of dat nu Iran of Noord-Korea zou zijn. Maar in werkelijkheid zitten ze vast in het zand van Irak, iets dat de samenzweerders van de invasie nooit voor mogelijk hadden gehouden.

Bush zette ook zijn ogen op het conflict tussen IsraŽl en de Palestijnen en begon een initiatief onder de titel 'Roadmap for Peace'. Echter, de onverzoenlijkheid van de IsraŽlische regering en de onwrikbare steun van de VS aan IsraŽl verzekerde dat dit initiatief al snel gedoemd was. In plaats daarvan gaat IsraŽl door met het bouwen van een scheidsmuur om Palestijnen uit IsraŽl te houden, bouwt nieuwe nederzettingen op Palestijns gebied en gaat voort met het vermoorden van Palestijnse leiders die zij beschouwen als terroristen. Palestijnen mogen dan wel niet zonder fouten zijn in dit conflict, maar het beleid van "Macht is Recht' verzekert een voortdurende staat van oorlog tussen de twee groepen, alles met de openlijke goedkeuring van de Verenigde Staten.

Amerikaanse bedreigingen tegen de Democratische Volksrepubliek Korea (DVRK) of Noord-Korea blijken ook totaal zonder resultaat te zijn. De DVRK zat met een ernstig energietekort na de val van de Sovjet Unie, tot dan toe de voornaamste leverancier van energie. Ook onderging de DVRK langdurige condities van droogte zowel als overstromingen. Omdat de DVRK zelf geen grondstoffen voor energie bezit besloot het dit probleem aan te pakken door middel van kerncentrales, wat leidde tot beschuldigingen dat zij kernwapens aan het ontwikkelen was.

Een overeenkomst tussen de VS en de DVRK kwam tot stand in het midden van de jaren 90, waarbij de VS olieaanvoer zou garanderen terwijl zij de twee 'graphite-moderated' kernreactoren zou vervangen door 'light-water' reactoren, centrales die minder risico verschaften voor proliferatie. Nadat een groot deel van deze nieuwe installaties gebouwd waren (wat nooit gebeurd is) zou de DVRK inspecteurs van het International Atomic Energy Agency (IAEA) het land binnen laten om te bewijzen dat zij voldeden aan de internationale regels voor nucleair non-proliferatie.

Toen de Bush regering in 2000 aan de macht kwam, werden de olieleveranties aan Noord-Korea geannuleerd, werd het land opnieuw beschuldigd van het maken van atoomwapens en werd het bedreigd met militaire actie. Als een van de landen van de 'as van het kwaad' werd Noord-Korea een schurkenstaat genoemd en een bedreiging voor de Verenigde Staten. In plaats van onderhandelingen en een vreedzame oplossing van de problemen kozen de VS voor een dictatoriaal beleid door de DVRK met militaire actie te bedreigen. De reactie van de DVRK was totaal voorspelbaar. Het zal zich verdedigen tegen elke aanval van de VS met alle wapens waarover zij beschikken, wat ook kernwapens kan betekenen. Dus, dankzij Bush zijn de relaties tussen de VS en de DVRK nu gezonken tot mogelijk het laagste niveau sinds de Koreaanse oorlog uit de jaren vijftig.

Een van de beste voorbeelden van de leugen dat de VS druk bezig zijn de democratie in de wereld te verspreiden kan gevonden worden in hun acties in Venezuela. Ondanks het onbetwistbare feit dat de regering van Hugo ChŠvez al twee keer gekozen is met zo'n 60 procent van de stemmen en onlangs ook nog het 're-call' referendum won met bijna dezelfde marge gaan de VS nog steeds door de rijke minderheid en de oppositie in Venezuela te steunen. De betrokkenheid van de CIA bij de poging ChŠvez met geweld te verwijderen (overigens zonder succes), de steun van de VS voor de langdurige staking in de olie-industrie die bedoeld was ChŠvez ten val te brengen, en andere openlijke zowel als heimelijke acties van de Bush regering om ChŠvez te ondermijnen, zijn meer dan genoeg bewijs dat de VS de wil van de meerderheid van het volk, zoals dat werd uitgesproken in vrije verkiezingen, niet respecteert. Het succes van de Bolivariaanse revolutie, dat de armoede en noden van Venezuela's arme en ongeschoolde bevolking tegemoet komt, kan niet ontkend worden en breidt zijn invloed al uit naar andere Zuid-Amerikaanse landen om zich te bevrijden van de invloed van het IMF, de Wereldbank en de Vrijhandelsverdragen die gedomineerd worden door de VS. Zonder militair geweld te gebruiken zal Amerika - nu al vastgelopen in Irak en andere delen van de wereld - er niet in slagen de Bolivariaanse revolutie van het volk te stoppen. En zouden zij toch geweld gebruiken, dan zal dat zonder twijfel uitlopen op een ander Vietnam of Irak voor Amerika. Amerika's buitenlandse politiek is ook hier alweer een mislukking.

En als laatste is er nog het Amerikaanse 'Missile Defense System' (MDS-rakettenschild), een onderneming waar vrijwel de hele wereld zich tegen verzet. Ja, er zijn natuurlijk wel wat landen die om politieke of economische redenen zullen deelnemen aan de bouw hiervan, maar er bestaat geen twijfel dat de oppositie hiertegen massaal is. Behalve het feit dat er geen bewijs is dat een dergelijk systeem wel werkt, noch dat het ook maar enige defensie is tegen terroristen, wordt dit veelal gezien als het begin van een nieuwe wapenwedloop die niemand wil. Het MDS is niets meer dan een volgende stap in de totale militaire hegemonie van de VS over de wereld, precies zoals dat beschreven werd in het eerder vermelde PNAC document, waarin de vestiging van een militaire 'space-force' wordt beschreven als een methode voor het controleren en beheersen van de hele wereld. Maar net zoals alle wereldrijken uit het verleden dachten dat zij oppermachtig waren maar uiteindelijk toch faalden, zo zal ook het Amerikaanse imperialisme eenmaal ten val komen.

Het is begrijpelijk dat Amerikanen terecht bezorgd zijn over hun veiligheid in eigen land en daarbuiten. Maar hun veiligheid wordt zeker niet vergroot door hun gedrag in de wereld dat Amerika buiten de wetten verklaart die op anderen van toepassing zijn. Noch wordt hun veiligheid verhoogd door hun lichtzinnig gebruik van militair geweld en de vertrapping en disrespect voor plaatselijke culturen, gewoonten en levenswijzen. Amerika heeft een enorm potentieel voor goeddoen in de wereld als het dit slechts zou gebruiken om het leven van mensen in arme landen op een coŲperatieve manier te verbeteren in plaats van hun weelde aan grondstoffen ten eigen bate en voor winst van multinationals te exploiteren.

De conclusie is dat in de laatste vier jaar de Amerikaanse buitenlandse politiek slechts geslaagd is in ťťn opzicht: Het heeft zich meer haat en meer vijanden in de wereld verworven dan ooit tevoren. De droom van George W. Bush, Rumsfeld, Cheney, Rice, Powell, Perle, Wolfowitz en anderen die deel uitmaken van het 'Project for the New American Century' (PNAC) voor het vestigen van een nieuwe 1000-jarig Rijk door middel van militair overwicht en onderworpenheid van de rest van de wereld aan Amerika's alleenheerschappij is een totale mislukking en als deze politiek nog meerdere jaren wordt doorgevoerd, kan dat uiteindelijk slechts leiden tot een ultieme, onvoorstelbare ramp, zowel voor Amerikanen als voor de rest van de wereld.

Click here to return to NSC index of other languages.